29/04/2026
Vandaag begon als een gewone dag, totdat de telefoon ging. Aan de lijn: Broeder Paul van Abdij Slangenburg. We hebben vaker contact hij appt regelmatig over de honing die ze bij de abdij verkopen maar dit keer was het anders. Er was een bijenzwerm geland in de kloostertuin. Of ik kon komen helpen. Natuurlijk.
Om 17.30 uur reed ik het serene terrein van de abdij op. De rust die daar altijd hangt, werd dit keer subtiel doorbroken door een zacht zoemend geluid. Broeder Paul zelf was er niet; hij had die avond zangles. Een andere broeder, vriendelijk en nieuwsgierig, nam me mee naar de binnenplaats.
Daar, tussen de oude muren, stond een prachtige fontein.
Op de rand ervan hing de zwerm een compacte, levende massa bijen, rustig maar indrukwekkend. Het blijft een bijzonder gezicht: duizenden bijen die zich tijdelijk verzamelen, op zoek naar een nieuw thuis.
Met de korf in de hand en een ganzenveer als zacht hulpmiddel, begon ik voorzichtig de bijen bijeen te vegen. Het is altijd een moment van vertrouwen tussen mens en natuur. De bijen lieten zich rustig begeleiden en al snel zag je het wonderlijke gebeuren: het volkje begon als één geheel de korf in te trekken.
Ondertussen gebeurde er nog iets moois. Rondom de binnenplaats gingen langzaam ramen open. Nieuwsgierige gezichten van monniken verschenen één voor één. In stilte, maar met zichtbare verwondering, volgden ze het schouwspel.
Even werd de besloten wereld van het klooster gedeeld met het leven van de bijen.
Toen de laatste bijen zich bij de rest hadden gevoegd en de korf gevuld was met hun zachte gezoem, keerde de rust terug. Alsof er niets gebeurd was.
Maar voor wie erbij was, voelde het als een klein, bijzonder moment een ontmoeting tussen natuur, mens en stilte.
En ergens, tussen die oude kloostermuren, begon een nieuw hoofdstuk voor dit bijenvolk. 🐝
Na het neerzetten van de zwerm op de plaats van bestemming voelde het als een routineklus. Als beroepsimker draai je je hand daar niet voor om, en eerlijk is eerlijk: rook of een compleet imkerpak had ik hier niet eens nodig. Rustig werken, beetje gevoel erbij, dat is vaak al voldoende. Er stond nog één simpele taak op de planning: even de lege kast openen en daar de korf uit het klooster netjes in leegstorten. Appeltje-eitje. Wat kon daar nou misgaan?
Nou… alles dus.
Ik klap die kast open, al half in gedachten bezig met hoe soepel dit allemaal wel niet ging, en BAM ik sta oog in oog met een complete bijenmetropool. Geen leeg appartementje, maar een vijfsterrenresort midden in het hoogseizoen. De kast was bezet. En niet een beetje ook. We hebben het hier niet over “een paar verdwaalde bijtjes die de weg kwijt waren”. Nee, dit was een zwerm van epische proporties. Tien ramen. TJOKVOL. Alsof ze een groepskorting hadden gekregen en met z’n allen tegelijk waren ingetrokken.
Mijn eerste reactie? Verwarring. Tweede reactie? Nog meer verwarring, maar dan met een vleugje paniek. Want even voor de duidelijkheid: dit stond dus niet in het draaiboek. Dit was niet “stap 3: ontdek een gigantische, illegaal gekraakte bijenkolonie”.
Ik heb nog even naar de kast gekeken in de hoop dat het een soort optische illusie was. Dat ik misschien per ongeluk mijn bril verkeerd om had opgezet. Maar nee hoor duizenden bijen keken me doodleuk terug aan, zo van: “Oh, was dit jouw kast? Oeps. Te laat.”
Op dat moment besefte ik twee dingen:
Deze bijen waren duidelijk eerder dan ik.
Deze bijen waren ook duidelijk beter voorbereid.
Er zat niets anders op dan snel te schakelen. Want als er één ding is dat je niet wilt, is een overvolle bijenkolonie zonder uitbreidingsmogelijkheden. Dat is vragen om problemen… en waarschijnlijk ook om boze bijen met een mening.
Dus hebben we meteen maar een honingkamer bijgeplaatst. Niet subtiel, niet voorzichtig gewoon hup, erop! Zo van: “Hier jongens, extra verdieping. Maak er wat moois van.” Je zag ze bijna opgelucht ademhalen. Of ja, zo voelt het dan hè, want bijen ademen natuurlijk niet opgelucht… maar je snapt het idee.
Achteraf gezien voelde het een beetje alsof ik thuiskwam en ontdekte dat mijn huis inmiddels werd bewoond door een complete familie die al helemaal gesetteld was. Meubels erin, gordijnen opgehangen, koffie op tafel. En ik stond daar met mijn koffertje van: “Eh… ik kwam hier eigenlijk ook nog iets doen?”
Het mooie is: ondanks de chaos, de verbazing en mijn licht gekrenkte imker-ego, blijft dit precies de reden waarom werken met bijen zo geweldig is. Je kunt plannen wat je wilt, maar uiteindelijk hebben zij altijd hun eigen agenda. En die agenda blijkt verrassend goed gevuld.
Kortom: wat begon als een simpele, bijna saaie handeling, eindigde in een onverwacht spektakelstuk. En laten we eerlijk zijn dit soort momenten zijn goud waard. Of nou ja… honing waard, in dit geval.