23/06/2026
𝙕𝙞𝙟 𝙙𝙞𝙚 𝙢𝙤𝙚𝙩𝙚𝙣 𝙞𝙣𝙘𝙖𝙨𝙨𝙚𝙧𝙚𝙣
De paraveterinair. De baliemedewerker. De telefonist. Oftewel: zij die moeten incasseren.
Vandaag nog stond er een man aan de balie. Nog voor ik mijn gebruikelijke "Goedemorgen, wat mag ik voor u doen?" kan uitspreken, begint hij al.
Achternaam. Bam.
Straatnaam. Bam.
Naam van de kat. Bam.
Dus ik begin ijverig te zoeken in Animana. Nog voordat ik kan vragen waarmee ik hem kan helpen, klinkt het luidkeels:
"INSULINE!"
Ik vind het herhaalrecept terug en begin de medicatie uit te schrijven.
"INSULINE!"
"Ja meneer, ik heb het gevonden, ik ben het voor u aan het..."
"INSULINE! IK KOM HIER AL HEEL LANG."
Van binnen slaak ik een zucht en ik sta op om de insuline te halen.
"Mijn kat gebruikt dit al jaaaaaren hoor!"
Wanneer ik terugkom maak ik de rekening op en geef aan wat meneer moet afrekenen.
"Is dit ook al duurder geworden?"
"Nee meneer, u betaalt precies hetzelfde als de vorige keren."
"O. Oke."
Ik vraag of hij het wellicht prettig vindt als ik de kwitanties van de afgelopen maanden erbij pak.
"NEE DAT HOEFT NIET. IK HAAL HET AL JAREN. INSULINE!"
Een van de vele bijzondere gesprekken van vandaag. Voor zover je dit een gesprek kan noemen..
Sterker nog, het is vandaag zo erg dat ik me hardop tegenover mijn collega begin af te vragen of er misschien een golf zonnesteken door het land trekt na de hitte van de afgelopen dagen.
De telefoon gaat. Het is een klant die zijn afspraak af wil zeggen. Een uur voor tijd. Hij heeft iets belangrijkers en kan écht niet komen.
Vervelend, maar goed. Het gebeurt. Bij een eerste keer doen we daar niet moeilijk over. Ondanks de volle agenda's, de wachttijden en de patiënten die graag eerder geholpen hadden willen worden.
We zijn tenslotte allemaal mens.
Een uur later staat er een vrouw aan de balie voor dezelfde afspraak. De afspraak die een uur eerder door haar man is geannuleerd. De vrijgekomen plek is inmiddels al lang opgevuld. Wanneer we uitleggen dat de afspraak is afgezegd, krijgen we direct te horen dat dat niet klopt.
Dat wij liegen.
Mevrouw belt haar man en mijn collega krijgt de mobiele telefoon in haar handen gedrukt. Meneer spreekt zich uit, wij blijken leugenaars te zijn. Enkele verwensingen volgen. Zijn vrouw kon tóch komen, dus hij had haar maar gestuurd. Of wij de kat nu alsnog kunnen zien.
Omdat er enige tijdsdruk achter de afspraak zit, zijn we coulant. Later die dag plannen we alsnog een plek vrij.
"Nou, dat is wel het minste wat jullie kunnen doen."
Mevrouw verlaat nors de praktijk.
Die avond verschijnt meneer met de kat. Het consult wordt uitgevoerd. De reisdocumenten worden ingevuld. De dierenarts wenst hem een prettige avond. Na het verlaten van de spreekkamer loopt meneer rechtstreeks naar buiten.
"Meneer?"
Hij draait zich om.
"U moet denk ik nog afrekenen."
"Afrekenen? Waarvoor?"
Voor het consult. Voor de tijd van de arts. Voor de ingevulde documenten.
"Voor die paar papiertjes en even naar mijn kat kijken? Belachelijk."
Mopperend betaalt hij.
Mopperend vertrekt hij.
En ik vraag me af waarom wij nog moeite doen.
Later die dag komt een kat binnen die zijn spalk zelfstandig en met vakkundig heeft verwijderd. Benchrust vond de eigenaar niet noodzakelijk. Een kraag om te voorkomen dat de kat in de verbonden p**t bleef bijten ook niet.
Dat de spalk eraf is gewerkt, is uiteraard onze schuld.
Toch mag de kat langskomen.
Toch maken we plek in een overvolle agenda.
Toch vervangen we de spalk.
En omdat de dierenarts het vervelend vindt voor de eigenaar dat deze al veel kosten heeft gemaakt, worden er geen consultkosten gerekend.
Coulance.
Wanneer mevrouw haar kat komt ophalen en ik wil afrekenen, roept ze:
"EN HOE VERKLAAR JE DAT?!"
Ik heb geen idee wat ik moet verklaren, wat bedoelt u?
"Nou, dat! Van vandaag! Hoe verklaar je dat?!"
Bedoelt u de kosten?
"JA!"
Ik leg uit dat de arts haar tegemoetgekomen is door geen consultkosten te rekenen.
Maar dat blijkt niet haar punt.
De verbandkosten zijn namelijk tien euro hoger dan de vorige keer.
Na wat speurwerk blijkt waarom.
Vorige keer hoefde er geen nieuwe spalk geplaatst te worden.
Deze keer wel.
Omdat de oude spalk in de prullenbak is verdwenen, bij mevrouw thuis.
Samen met het verband.
Mevrouw haalt haar neus op.
Vindt er duidelijk iets van.
Ondanks het meedenken.
Ondanks het tussendoor helpen.
Ondanks de coulance.
Zijn wij blijkbaar nog steeds geldwolven.
Mijn oren klapperen inmiddels voor de zoveelste keer die dag.
Tegen sluitingstijd komt er nóg een vrouw binnen.
Goedeavo.. "Ik MOET NU jeukpillen hebben voor mijn kat."Ik zoek het dossier op.
Twee jaar geleden heeft zij voor tien dagen medicatie meegekregen.
Tien dagen.
Twee jaar geleden.
Ik leg uit dat ik eerst met de dierenarts moet overleggen en haar later zal terugbellen.
"Kan dat niet gewoon even tussendoor? Die pillen zijn net op."
Net op.
Na twee jaar.
Ik vraag hoe dat precies zit.
Er volgt wat gemompel over op- en afbouwen.
Vervolgens loopt ze richting de uitgang.
Terwijl ze de deur naar buiten opent roept ze nog:
"NOU DAG HOOR. BEDANKT HE!"
De deur slaat dicht.
Ik blijf achter.
En ik begin steeds meer in mijn zonnesteektheorie te geloven.
Want hoe kan het dat er op één dag zoveel mensen zo ontzettend vervelend doen?
Of ligt het toch aan alle berichten over dierenartsen die alleen maar geld willen verdienen?
Over praktijken die niets om dieren geven?
Over personeel dat enkel uit is op winst?
Misschien.
Misschien ook niet.
De tijd zal het leren.
Als het weer wat afkoelt.
Of als niet langer alles wat wij doen onder een vergrootglas wordt gelegd.
Tot die tijd blijven wij doen wat we altijd doen.
Telefoneren.
Plannen.
Uitleggen.
Incasseren.
Niet alleen betalingen.
Maar ook frustraties.
Wantrouwen.
Boosheid.
En soms een opmerkelijke hoeveelheid onbegrip.
Dit moest een maandag zijn.