01/08/2026
Waarom voelt doorzitten voor de één heel natuurlijk,
terwijl de ander het gevoel heeft steeds te stuiteren?
Vaak zoeken we het antwoord in harder oefenen.
Maar de oorzaak ligt regelmatig ergens anders.
Tijdens het doorzitten geeft je paard voortdurend beweging
door aan jouw lichaam. Om die beweging goed te kunnen volgen,
moet je deze kunnen toestaan in je bewegingsketen.
Daarvoor heb je vering nodig in je enkels, knieën en heupen.
Ook je be**en en lage rug moeten kunnen meebewegen.
Samen vangen deze gewrichten de beweging van je paard op
en geven ze die verder door binnen de keten.
Wanneer een gewricht minder goed kan meebewegen,
heeft dat invloed op de rest van de bewegingsketen.
De natuurlijke vering neemt af.
Doorzitten kost daardoor vaak meer energie en
kan gaan voelen als stuiteren, achter de beweging blijven of klemmen.
Ook het zadel kan hierin een rol spelen.
Een te diepe of te kleine zitting, of een wrong die voor de ruiter te groot is,
kan de bewegingsruimte beperken.
Daardoor kan bijvoorbeeld een heupgewricht minder vrij bewegen
en wordt het lastiger om de beweging van het paard in de hele keten toe te staan.
Het doel is daarom niet om zelf meer beweging te maken.
Je doel is om de beweging die je paard doorgeeft toe te staan in jouw bewegingsketen.
Hoe makkelijker die beweging door de keten kan verlopen,
hoe makkelijker je jouw paard kunt volgen tijdens het doorzitten.
Benieuwd hoe jouw be**en beweegt?
Bekijk dan ook mijn reel over de be**enkanteling.