10/05/2025
Het is hoog tijd om anders over dit onderwerp na te denken en de relatie tussen parasiet en gastheer te begrijpen. Paarden hebben in de loop van hun evolutie – net als alle andere zoogdieren – altijd al te maken gehad met wormparasieten. Dat paarden daardoor in miljoenen jaren niet zijn uitgestorven, komt doordat de parasiet geen belang heeft bij het doden van zijn gastheer. Zonder gastheer sterft ook de parasiet. Dit leidt meestal tot een evenwicht tussen gastheer en parasiet. De gastheer ontwikkelt strategieën middels eetgedrag, hygiëne en immunologische reacties, zodat een overmatige bezetting met parasieten kan worden voorkomen.
Daarnaast eten wilde paarden gericht bepaalde kruiden die blijkbaar de wormlast helpen verminderen. Sommige planten bevatten stoffen die het darmmilieu veranderen, waardoor het voor parasieten onaangenaam wordt. Deze kruiden hebben dus geen directe dodelijke werking (zoals chemische wormmiddelen), maar zorgen er eerder voor dat parasieten zich minder makkelijk kunnen vestigen in de darm.
Veel wilde paarden zoeken in de natuur planten met bittere en looistoffen die parasieten helpen verdrijven. Aan dit tekort in ons moderne hooi (meestal enkel grassen) kan worden voldaan door eenvoudig planten zoals esparcette te voeren. Esparcette bevat geconcentreerde tannines, stoffen die een wormverdrijvende werking hebben en het darmmilieu kunnen verbeteren.
Hoewel niet elke paardenhouder toegang heeft tot natuurlijke kruidenweiden, zijn er godzijdank kruidenmengsels beschikbaar met een vergelijkbare wormwerende werking, zoals onze Bittermut kruiden.