27/11/2025
Olifant Sam en Max zijn samen op speurtocht, op zoek naar lekkere stukjes appels.
Het bos rook die ochtend naar nat gras en zonnestralen, en de twee vrienden waren er helemaal klaar voor. Sam stapte rustig maar vastberaden vooruit, elke keer zachtjes plof-plof in de aarde. Max huppelde naast hem, zijn kleine voeten tikten als vrolijke muziek tussen de bomen.
“Denk je dat we vandaag écht appels vinden?” vroeg Max hoopvol.
Sam glimlachte, zijn slurf maakte een sierlijke zwaai door de lucht. “Als we goed zoeken, vast wel. Appels verstoppen zich graag, maar niet voor altijd.”
Samen volgden ze een kronkelend paadje dat glinsterde van het ochtendlicht. Af en toe raapte Max een gevallen blad op, alsof het een aanwijzing was in een groot mysterie. Sam bleef regelmatig staan om diep te snuiven want een olifantensnuit ruikt alles, zelfs een verdwaald appeltje op kilometers afstand.
Na een tijdje zagen ze iets roods tussen het struikgewas glinsteren. Max sprong er meteen op af. “Kijk, Sam! Een stukje schil! We zijn in de buurt!”
Sam boog zijn grote hoofd omlaag en knikte langzaam. “Ja… en ik ruik nóg iets. Zoet. Fris. Appelachtig.”
Zijn stem klonk plechtig, alsof dit hét moment was waar ze de hele ochtend naartoe hadden gewerkt.
Ze volgden de geur tot ze bij een kleine open plek kwamen. Daar, midden in het zonlicht, lagen stukjes appels verspreid, alsof iemand ze met opzet had neergelegd om hun speurtocht nóg spannender te maken.
Max klapte in zijn handen. “We hebben het gehaald!”
Sam liet een zacht trompetgeluid klinken, half juichend, half opgelucht.
Ze proefden de stukjes knapperig, zoet, precies wat ze hoopten te vinden. Terwijl ze smulden, lagen ze in het gras en keken naar de wolken die voorbij dreven. Het voelde als een beloning, niet alleen voor het zoeken… maar vooral omdat ze het samen hadden gedaan.